De nieuwe grootouders willen ook een eigen leven

 

Nooit eerder waren er zoveel grootouders met zo weinig kleinkinderen als in deze tijd. Bovendien verschilt de nieuwe generatie grootouders in denken en doen aanzienlijk van hun eigen grootouders en de grootouders van hun kinderen. Ze zien er jonger uit, zijn vitaler, hoger opgeleid en meestal welvarender. De standaardlevensloop die het leven van hun ouders beheerste, hebben zij gaandeweg zien veranderen in een keuzelevensloop en er hun voordeel mee gedaan. Nu het werkzame leven (nagenoeg) voorbij is,  claimen ze de vrijheid om te doen wat ze altijd al hadden willen doen: reizen, nieuwe hobby’s ontwikkelen, een studie beginnen, vrijwilligerswerk, vriendschappen koesteren. Time is on my side, stralen ze uit. Maar de handhaving daarvan blijkt in de praktijk nogal weerbarstig. Omdat de jonge generatie ouders die zij zelf hebben voortgebracht, hen in toenemende mate  bij voorkeur zien in hun rol als vaste oppas voor hun kinderen. Geen onderwerp verdeelt echter de nieuwe generatie grootouders zozeer als juist het onderwerp: oppassen.  Het roept heftige, tegengestelde reacties op. Globaal laten grootouders zich – als het gaat om oppassen – verdelen in vijf groepen:

  1. De enthousiastelingen. ‘Natuurlijk passen wij een of meer dagen per week op. Het is leuk en afwisselend’, menen zij. ‘Je leert je kleinkinderen zo heel goed kennen, leeft met ze mee, je maakt je nuttig want je bewijst je dochter/zoon er een grote dienst mee’.
  2. De plichtplegers. ‘Als je kinderen het je vragen, zeg je geen ‘nee’. Deze tweede groep ziet het als oppassen als hun plicht die ze bij het eerste kind nog niet echt belastend vinden, maar bij de derde des te mee ‘Soms liggen we er wakker van’.
  3. De crisisbezweerders. Passen in principe niet vast op. ‘Daar moeten de ouders zelf een permanente oplossing voor vinden’. Ze wonen te ver weg en/of zijn te druk met hun eigen leven. Maar als een kleinkind ziek is of zich een andere crisis zich voordoet, stappen ze in de auto en zijn ze e Desnoods meerdere dagen.
  4. De afgunstigen. ‘We hebben krom gelegen voor de opleiding van onze kinderen, ons van alles ontzegd. En nu zouden we weer in actie moeten komen? Waarom moeten ze allebei zo nodig werken?’, klagen zij ‘Voor een nieuwe keuken, een grotere auto, twee dure vakanties per jaar? Laten ze die oppas zelf maar zelf maar regelen. Geld genoeg’.
  5. De vrijbuiters. ‘Nooit gedacht dat kleinkinderen zo leuk  zouden  zijn’, zeggen ze enthousiast.  ‘Oppassen?  Ja hoor, als het ons uitkomt’. Het komt ze eigenlijk zelden uit. Wel nodigen ze af en toe (schoon)kinderen en kleinkinderen uit voor gezellige etentjes en/of uitje, als dat hun uitkomt.  En  komen ‘zoveel mogelijk’ op de verjaardagen van de kleinkinderen met een met zorg uitgekozen cadeau.

 

 

De helft van de kinderen die wordt geboren, hebben nog twee oma’s en opa’s. Die op hun beurt maar vier á vijf kleinkinderen hebben. In een recent artikel in Demos, het bulletin over Bevolking en Samenleving, wordt een sterk verband gelegd tussen  het percentage grootouders dat oppast en het aantal kinderen dat wordt geboren in tien Europese landen. Oppassende grootouders zouden het aantal geboorten per gezin doen toe nemen. Ook in landen waar betere formele kinderopvang is en grootouders niettemin bijspringen, blijkt er sprake te zijn van een ‘grootoudereffect’. Hoe dit veroorzaakt wordt is vooralsnog onduidelijk. In ons land heeft  betaalde kinderopvang overigens geen effect op meer geboorten per gezin, ook als rekening wordt gehouden met opvang door grootouders.

Vanuit de politiek is er de afgelopen jaren een groeiende dwang uitgegaan om grootouders in te lijven als vaste oppaskracht. Het CDA begon daar als eerste mee. Grootouders konden op deze manier getuigen van  hun maatschappelijke betrokkenheid, was de argumentatie. Vervolgens ontstond de optie van betaalde grootouderoppas, in dienst van hun kind(eren). Met als nadeel: oma  en opa  kun je niet ontslaan. Nu moeten deze grootouders  – willen zij officieel gastouder worden – eerst een diploma halen en vervolgens hun huis laten controleren op veiligheid. De meesten hebben daar geen zin in. Dan maar liever officieus vaste oppas, zonder bureaucratische en fiscale rompslomp.

De eerste bezuinigingsronde van de overheid heeft inmiddels al geleid tot duurdere kinderopvang waardoor een toenemend aantal ouders hun toevlucht hebben genomen of dat nog gaan doen tot opvang door grootouders. Een trend die nog verder zal doorzetten, is de verwachting. Emotionele  chantage van grootouders zal bijdragen tot een toename van de categorie ‘Plichtplegers’. Vast oppassen ontneemt grootouders hun vrijheid. Bovendien ontstaat er dan, zo is ook mijn eigen ervaring, een klassieke rolverdeling: oma reddert, neemt de zorg voor de baby en huishoudelijke taken op zich. Opa repareert en neemt de peuter mee voor een gezellig fietstochtje. Zo ontstaat het fenomeen plichtoma en pretopa. Maar niet alleen vanuit de jonge generatie wordt de vrijheid van de nieuwe generatie grootouders bedreigt, ook hun hoogbejaarde ouders eisen hun zorginzet. Onze generatie blijft langer ouders van hun kinderen maar ook nog eens langer kind van hun hoogbejaarde ouders. Die eisen dan ook dat wij er voor allerlei hand en spandiensten voor ze zijn. Voortdurend hangt de dreiging van een op afroep beschikbare uitzendkracht in dienst van twee generaties boven ons hoofd. Of zoals een kennis van mij het verwoordde: ‘De ene dag loop je achter de rolstoel met je moeder, een paar dagen later achter de buggy met je kleinzoon erin’.

Vast oppassen door grootouders, blijkt uit recent onderzoek, biedt bovendien geen garantie voor goede en leuke contacten met kleinkinderen als ze volwassen zijn. Begrijpelijk want je neemt in zo’n situatie de  opvoedingsrol van ouders over. Dat maakt weliswaar een groot verschil voor die ouders, maar niet voor de kleinkinderen. Grootouders beschikken over een toegevoegde waarde. Vroeger en nu. Van oudsher hebben ze meer aandacht, geduld en geborgenheid voor kleinkinderen in de aanbieding. Tegenwoordig kunnen ze nog meer betekenen. Omdat ze meestal welvarender, vitaler en hoger opgeleid zijn. De ouders van hun kleinkinderen hebben door de drukke, steeds verspringende actualiteit van hun leven, meestal geen tijd om fietstochten te ondernemen, spelletjes te doen, naar een museum te gaan, een picknick in het bos te organiseren, te knutselen, de verschillen tussen vroeger en nu op velerlei gebied uit te leggen. De glorie van de relatie tussen grootouders en kleinkinderen ligt vooral in het wederzijds genieten. Kleinkinderen  zijn een permanente opfriscursus, met de gretigheid, de vrolijkheid en de energieke,  onvoorwaardelijk manier waarop ze de wereld om zich heen veroveren.  Investeringen in kleinkinderen maken grootouders niet alleen heel bijzonder maar bezorgen die kleinkinderen voor de rest van hun leven ook mooie, onvergetelijke herinneringen. Het zijn de meest duurzame investeringen die we in deze fase kunnen doen. Aan ons de keus tot welke categorie we willen behoren: de enthousiastelingen, de plichtplegers, de crisisbezweerders of de vrijbuiters.  En de afgunstigen dan? Die groep richt zijn energie op een gemiste kans.

 

Heleen Crul is publiciste en auteur van het boek:

Tussen de generaties, de nieuwe grootouders